verhaal

De glazen bol

De glazen bol

Ik liep door een donkere, koude gang. Mijn gevoel zei me dat het nacht was en dat ik door een huis liep. Hoe ik hier kwam kon me niet herinneren, Het huis voelde kil en onbewoond aan. Ik de gang hingen schilderijen en er stonden beelden, Daar was ik achter gekomen omdat ik tegen de muren en de beelden opbotste in het donker. Het maakte verschrikkelijk veel kabaal als er weer een beeld omdonderde waar ik tegenaan gelopen was. De meeste beelden leken van steen of brons. Dezen vielen met een doffe klap op de grond. Andere beelden leken van porselein en dezen vielen met een tinkelende klap op de grond in duizend stukjes. Het gevoel dat het huis onbewoond was kwam niet alleen van de kille, vochtige lucht, maar ook van de spinnenwebben waar ik regelmatig doorheen liep.

Hoe lang ik zo gelopen had kon ik niet zeggen, maar ineens hield de gang op en stond ik voor een deur. Mijn hart sloeg een paar slagen over en mijn ademhaling werd onrustiger. Ik voelde een kriebelend gevoel van angst in mijn maag. Voorzichtig zocht ik in het donker naar de deurklink en zachtjes duwde ik hem naar beneden. Piepend en krakend ging de deur open. Achter de deur vond ik iets dat ik nooit verwacht had.

Ik kwam in een kamer waar het licht was, lichter dan ik ooit had meegemaakt. Het licht kwam uit het midden van de kamer. Eerst kon ik niet zien waar het vandaan kwam omdat ik verblind was door het plotselinge licht. Toen mijn ogen aan het licht gewend waren zag ik dat in het midden van de kleine kamer waarin ik nu was een glazen bol stond. Zo’n bol als waarzeggers op kermissen ook altijd hebben. Deze bol steunde op een bronzen voetstuk dat uitliep in een ronding. In deze ronding was een opening uitgespaard oor de bol. De bol leek te gloeien en zond een schitterend licht uit naar alle hoeken van de kamer. De kamer was verder leeg. Toch had ik het gevoeld dat in de hoeken van de kamer wat bewoog. Ik keek snel naar de ene hoek en voelde dat er in de andere hoek wat bewoog. Maar als ik naar de andere hoe keek zag ik alleen het licht. In alle hoeken waar ik keek zag ik alleen het licht. Tot ik in de glazen bol zelf keek en zag dat daarin van alles bewoog. Voorzichtig liep ik op de bol af en tak mijn hand uit naar het voetstuk. Er straalde absoluut geen warmte vanaf. Dat leek mij vreemd voor iets dat zo veel licht uitstraalde. Toen ik voorzichtig de glazen bol aanraakte kreeg ik een schok en geschrokken stapte ik terug.

Mijn hand tintelde. Het voelde net als vroeger als je het schrikdraad van een weiland vastpakte waar stroom op stond. Een kleine elektrische schok. Ik zag alleen geen snoer of stekker die de bol met een stopcontact verbond. Het voetstuk stond alleen in het midden van de kamer, hoe kon er dan een elektrische schok van de bol komen?

Terwijl ik over mijn tintelende vingers wreef herinnerde ik me een verhaal dat mijn grootmoeder mij verteld had toen ik een jaar of tien was. Ik kon niet slapen en ik jengelde net zo lang tot mijn grootmoeder er mee instemde een verhaal te vertellen.

‘Heel lang geleden kwam er een missie van Mars op Aarde. Dat waren natuurlijk niet van die blauwe mannetjes zoals mensen altijd beweren. Het waren mensen net als wij, maar hun maanpakken waren blauw. Zij hadden met reusachtige telescopen gezien dat hier op Aarde leven bestond, net als op Mars. Zij waren op een verkenningstocht gestuurd om te kijken of onze beide culturen misschien wat van elkaar konden leren. En het is altijd een prettig gevoel om te ontdekken dat je niet alleen bent in dit heelal. De aardbewoners begrepen niets van de beschaving van de marsbewoners, want technologisch en humanitair waren zij onze tijd ver vooruit. Oorlogen kenden zij niet meer en zij konden al grote delen van het heelal bereizen, terwijl de mensen op aarde nog niet eens konden vliegen. Voor de marsbewoners viel er niets te leren van deze beschaving. Ze lieten wel ergens op aarde een verbinding achter, voor als de aardbewoners ooit behoefte mochten hebben aan contact dan konden zij dat via deze verbinding melden.

De verbinding was een schitterende glazen bol die de wereld verlichte met een schitterend licht. Maar mensen zijn dom en vergeetachtig. De bol is verdwenen en niemand kan zich herinneren waar hij gebleven is. Vergeefs wachten de marsbewoners op een teken van de aarde. Zij wonen niet meer op Mars omdat de omstandigheden daar niet meer zo gunstig zijn. Waar ze nu wonen weten we niet. Dat zullen we pas weten als we de glazen bol weer terugvinden. Ga nu maar lekker slapen. Misschien vind je ergens in dromenland wel de glazen bol terug.’

Stommelend en strompelend, vallend over mijn eigen benen en zo snel als ik na de schok van mijn ontdekking nog kon bewegend rende ik het verlaten huis uit. Ik droomde over exotische plaatsen waar ik de bol terugvond, Ik droomde over een bol op de Noordpool. Ik droomde en droomde, maar ik heb nog nooit gedroomd dat ik de glazen bol terug zou vinden in een oud verlaten spookhuis aan de rand van een klein stadje. De mensen die hier wonen zijn bang voor het spookhuis en niemand  is zo gek om een kijkje te gaan nemen. Als ik mijn verhaal vertel wordt het met spottende minachting weggewoven. ‘In dat huis wonen de geesten van onze voorvaderen, verder niemand. Wie gelooft er nou in marsmannetjes?’

Nee, niemand gelooft nog in marsmannetjes, want de wereld is onttoverd. We willen niets zien dat we niet begrijpen. Ik sta alleen met mijn ontdekking. Ik ga vaak terug naar het huis en kijk in de bol. Ik zie dat het goed gaat met de vroegere marsbewoners en zij zien dat het goed gaat met mij, Maar we komen niet tot wezenlijk contact en de wereld waarin ik leef heeft me uitgestoten en voor gek verklaard.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Alle kleuren van de regenboog

Alle kleuren van de regenboog

Toen de regenboog geboren werd, was het op de aarde npg vrij rustig. Je kon nog mijlenver kijken zonder een hutje of een mens te zien. Dieren zag je wel genoeg. De regenboog hield ervan om naar de dieren te kijken. Naar de vogels, die zo hoog mogelijk vlogen en probeerden om de regenboog aan te raken, naar de paarden, die achter elkaar aan galoppeerden en probeerden om het einde van de regenboog te bereiken, en naar de kleine veldmuizen, die hun kleine neusjes in de lucht staken en probeerden om aan de regenboog te ruiken.

Mensen leerde de regenboog pas veel later kennen, toen hij al bijna al zijn kleuren had. Van de mensen kreeg hij al net zo veel aandacht als van de dieren. De kleine kinderen hielden op om met hun handen door de aarde te wroeten zodra ze hem zagen. Ze staken hun armpjes in de lucht en brabbelden da-da of keken ademloos naar al die kleurenpracht. De grotere kinderen renden met hun schepjes naar de plek waar zij dachten dat het einde van de regenboog was en riepen ‘ ik ben als eerste bij de schat’. De ouders keken met waterige ogen naar de regenboog, omdat ze in hem een symbool van hoop zagen, hoop op verbetering na een slechte periode. En geliefden kusten elkaar en beloofden elkaar de mooiste dingen in het gekleurde licht van de regenboog.

De regenboog gloeide van trots onder al die aandacht. Hij mocht zich koesteren in de warmte van de zon en in de aandacht van mens en dier.

Maar op een dag haalde een van de doe mensen, die men engelen noemende, het in zijn hoofd om kattenkwaad uit te halen. De engel verbande de zon en maakte wolken en regen. De regenboog kroop ver weg in een hoekje waar hij nog een beetje droog kon blijven. Toen de zon eindelijk terug mocht komen, kwam de regenboog snel uit zijn hoekje en warmde zijn vake kleuren aan de zonnestralen. Al snel straalde hij weer volop. De paar mensen en de vele dieren die get rotweer hadden doorstaan keken opgelucht en genietend aar de kleurenpracht van de regenboog.

Maar de engel wilde juist alle aandacht en uit woede dat alle aandacht niet naar hem maar naar de regenboog ging veroordeelde hij de regenboog naar het schemergebied tussen regen en zonneschijn. Daarom zien wij de regenboog niet zo vaak en het lijkt altijd alsof hij niet meer zo gelukkig is als toen, alsof hij minder straalt. Hij is een beetje vervaagd.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Balthasar

Balthasar

Niemand gelooft dat hij bestaat. Waarom zou hij niet bestaan? En was hij het niet die zei dat ik mijn mond maar eens moest houden als er iemand kwaad werd op mij? Sindsdien zijn er niet vaak mensen meer kwaad op mij, toch?

Nou ja, voor mij bestaat hij en is hij er ook altijd. Hij is lief, mijn Balthasar. Misschien ken je die film met James Stewart en zijn onzichtbare konijn, In de hele film krijg je geen aanwijzing dat het konijn bestaat. Tot aan het einde van de film als je ‘iets’ onzichtbaar deuren ziet openen en dichtdoen. Het was een mooie film. Toch schijnt niemand Balthasar te aanvaarden.

Balthasar is geen konijn, wees niet bang. Hij is eigenlijk een klein jongetje. Hij is dan misschien wel klein, maar jong kan hij niet zijn, want hij is behoorlijk intelligent. Hij heeft ook negatieve eigenschappen. Hij is ijdel en arrogant. Nou ja, elke jongen is toch ijdel. Dus zo vreemd is dat niet. Knap is ie we met z’n donkere haar en bruine ogen.

Er is een reden dat ik dit schrijf. Balthasar heeft de geest gegeven. Hij is niet dood, maar weg uit mijn leven. Hij heeft me tien jaar lang geholpen met leven. Hij was er gewoon altijd. Ik voel me wel een beetje leger zonder hem. Weet je, hij bleef bij me omdat ik altijd anders en alleen was. Sinds kort heb ik een vriend, niet zo’n vriend, maar een goede vriend. Een jongen waarmee ik kan praten. Hij is niet arrogant, zoals Balthasar.

Misschien is Balthasar jaloers geworden, misschien is hij nu iemand anders gaan helpen. Hij is in ieder geval weg.

Ik moet nog veel aan de tijd met hem denken. We hebben veel gelachen samen. Daaraan kon iedereen toch zien dat hij echt was, dat hij echt bestond? Want als je maar alleen bent dan lach je niet zoveel. Hij heeft me veel geheimen verteld. Zo vertelde hij me ook dat ik alleen verder moest vechten om mezelf te ontwikkelen. Hij is daarna nog wel even bij me gebleven, maar niet lang. Dit is de eerste keer dat ik alleen ben, alleen zonder Balthasar. Ik heb gehuild, dat geef ik toe. Balthasar was me ontglipt. Gelukkig helpt het om een vriend te hebben.

Het is een paar maanden geleden dat ik dit allemaal schreef. De vriend is nog steeds een vriend, Hij heeft verkering met een ander meisje, maar dat geeft niet. Maar het allermooiste is dat Balthasar terug is. Niet helemaal hoor. We kunnen weer wat praten. Zo vaak zie ik hem niet, maar het is leuk dat hij er weer is, al kijk ik nu niet meer zo tegen hem op, mijn Balthasar.

 

Truusje

Ergens jaren 80

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Een bij

Een bij

Een bij, wiens naar niet wordt genoemd,
had heel zijn leven blij gezoemd
en zei: Thans heb ik het bekeken.
Nu wil ik graag eens iemand steken

Annie M.G. Schmidt

 

De bij had dit gezegd toen het regende en alles er voor de bij er nog triester uitzag. Maar omdat het zulk vies weer was, waren er bijna geen mensen buiten en die mensen die wel buiten waren, waren verscholen onder paraplu’s en regenjassen. En als ze niet beschermd werden door regenkleding dan renden ze hard dat de bij hen nooit zou kunnen steken.

Somber trok de bij zich terug in een droge schuilplaats om te wachten tot de zon weer eens zou doorbreken. De dag ging om, zonder dat het ophield met regenen. Toen de volgende dag de zon opkwam, werd de bij weer helemaal blij. Maar toen bedacht zij zich dat het zondag was en zij maakte zich netjes op om naar de kerk te gaan.

Die dag preekte de dominee naar aanleiding van een krantenbericht over zelfdoding. Dat was eigenlijk wat de bij wilde doen, maar de dominee verhief zijn stem zodat ook iedereen die achterin de kerk zat kon horen dat zelfdoding tegen de wil van God was.

De bij zoemde de kerk uit, het was haar duidelijk dat zij eens rustig na moest denken. In haar schuilplaats aangekomen begon ze na te denken, maar van nadenken word je moe en gebeurde het dat ze al snel in slaap viel.

De volgende morgen scheen de zon volop en de bij besloot tot ’s middags te wachten met het uitzoeken van een slachtoffer, omdat ze vond dat ze alles al gezien had, maar nog nooit iets beleefd had.

Ze vloog rond met een chagrijnig gezicht en toen het middag was geworden werd haar gezicht wat vrolijker omdat ze nu een slachtoffer kon gaan uitzoeken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Eerst vloog de bij achter een groep kinderen aan, maar omdat ze een grote kindervriend was en dacht dat een kind zou gaan huilen als ze het stak zag ze ervan af om één van de kinderen te steken. Ongemerkt had ze er plezier in gekregen de kinderen gade te slaan bij het spelen. Toen ze moe was geworden van het kijken naar de spelende kinderen trok de bij zich terug in haar schuilplaats en wachtte al slapend de volgende dag af.

Het was een bewolkte dag, maar het regende gelukkig niet. De bij was die morgen vroeg opgestaan en zocht verder naar een slachtoffer om te steken. Aan het strand waar zij langs vloog waren niet veel mensen. In de stad evenmin, maar de bij gaf de moed niet zo snel op.

In het park zat een bejaard echtpaar te genieten van het uitzicht en de rust. De bij ging vlak bij gen op een bloembed zitten en net op dat moment plukte de oude vrouw de bloem. Ze keek de bij verbaasd aan, die overigens net zo verbaasd terugkeek, en zei tegen haar man: “Kijk, Bertus, wat een lief bijtje!”  Denk je dat de bij nu nog zin had om één van de twee te steken? Met een brok in haar keel vloog de bij terug naar de schuilplaats.

Weer een dag later, het was intussen al woensdag. Het was weer een bewolkte dag. Toch was het vandaag wel druk, omdat de kinderen ’s middags vrij hadden. Vastbesloten om vandaag eindelijk een slachtoffer te vinden, vloog d bij over de mensen heen. Er waren dikke mensen (ze had een hekel aan dikke mensen, die aten patat en zo), en er waren magere mensen (voor een bij valt het dan niet mee om een goed steekplekje te vinden). Er liepen vrouwen die minstens vier flesjes parfum per dag gebruikten (dat is voor een bij veel te bedwelmend) en er waren mannen die zich minstens vier weken niet hadden gewassen (tja, daar zou ik ook uit de buurt blijven).

De perfecte mens om te steken kon de bij niet vinden. Somber gestemd ging de bij op een bloem zitten. Toen ze daar een poosje had gezeten, kwam er een bijtje aan gevlogen dat hem verbaasd opnam en vroeg: “Wie ben jij? Ik heb jou nog nooit eerder hier gezien en waarom kijk je zo somber?”

De bij besloot haar alles te vertellen en toen ze dat had gedaan zag hij dat het bijtje kwaad haar hgoofd schudde. “Heb je dan niets van de dominee geleerd? Het is niet fatsoenlijk om zomaar iemand te steken. Je mag iemand pas steken als hij je wat gedaan heeft.”

Beschaamd keek de bij haar aan, maar nu kreeg het bijtje medelijden en vroeg of ze een eindje meevloog. Ze vlogen de hele stad rond, keken naar mensen, luisterden naar gesprekken en genoten van de prachtige bloemen in het park. Ze zoemden steeds vrolijker rond.

Toen de bij die avond in haar schuilplaats aankwam, was ze niet meer zo zeker van haar plan om iemand te steken. Toen ze laat die avond in slaap viel had ze iets besloten.

Het was een stralende donderdagmorgen toen de dieren in haar omgeving verbaasd de bij nakeken die met een bos bloemen op pad ging. De rest van haar leven zou ze net als het bijtje genieten van het leven en niet meer zo somber zijn. De bos bloemen waren voor haar nieuwe vriendin die haar had laten zien dat je als bij heel gelukkig kunt rondzoemen.

Leeuwarden, 1986

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Ons nieuwe leven

Ons nieuwe leven

18 februari 1986, Leeuwarden

Omdat het vakantie was en er regen viel, draaide ik me nog een keer om, nadat ik op mijn wekker had gezien dat het pas kwart over 8 was. Jammer genoeg duurde deze rust niet lang, want na 5 minuten stond mijn zusje, Nicole, me wakker te schudden, terwijl ze riep: ‘ Word nou wakker, we hebben een huis’, en omdat ik niet van plan scheen te zijn om op te staan, tetterde ze dat laatste nog eens vlak bij mijn oor, zodat ik wel genoodzaakt was een teken van leven te geven.

Daarom stond ik zuchtend op, tot het eindelijk met een schok tot me doordrong , wat mijn zusje me al aan het verstand had proberen te brengen.

“Wat zei je?” vroeg ik daarom ongelovig.

“ Een huis, eindelijk een eigen huis,” herhaalde Nicole onverstoorbaar.

“ Hoe ziet het eruit? Waar is het? Heb je het al gezien? Is het mooi? Oh, vertel nou toch,” riep ik haar ongeduldig toe.

“ Het staat buiten Palmsville; het is een oud, degelijk en heel romantisch uitziend huis. Maar als je niet opschiet kun je het niet met eigen ogen zien, dus kom op. Over 5 minuten staat pa voor met de auto.” Ze liep de kamer uit.

Ik kan me niet herinneren me ooit zo snel te hebben aangekleed. We woonden nu al vier maanden bij oma, en het was een verschrikking. Een half jaar geleden waren we naar Duitsland geëmigreerd. Het ging allemaal goed, tot vader werkeloos werd, moeder ruzie kreeg met de buren en het bleek dat mijn zusje en ik niet mee konden komen op school. We zijn toen weer naar Engeland gekomen, maar konden niet meteen een nieuw huis vinden en gingen daarom bij mijn oma wonen. Ze is de moeder van mijn vader en zeer heerszuchtig, daarom leek een eigen huis een paradijs.

De reis verliep gezellig en lachend stapten we na een tijdje uit de auto. Ik ging alleen op onderzoek uit, maar moest wel beloven in de buurt te blijven. Het huis, een groot landhuis met een behoorlijk grote tuin, stond vlakbij het dorp Palmsville. Het zag er inderdaad uit alsof het zo van een plaatje kwam, want mijn zusje omschreef als ‘ romantisch’. Het was misschien voor ons vieren wat erg groot en er moest wel veel aan opgeknapt worden, maar ik was er direct weg van.

Terwijl ik door de verwilderde tuin liep, kon ik nog net op tijd stoppen, voordat ik tegen een grijnzend gezicht aanliep. Dit grijnzende gezicht behoorde toe aan een knappe jongen van een jaar of 18 met lichtbruine krullen en donkerbruine ogen, waarin ondeugende lichtjes vonkten. Hij was gekleed in een oude spijkerbroek, een paar afgetrapte gympen en de niet weg te denken oude sweater. Al was het qua kleding een gewone jongen, de ogen spraken dat in volle 100% tegen. Ik kon niet zeggen waarom, maar ik voelde me meteen tot deze jongen aangetrokken.

“Hello!” riep hij vrolijk.

“Hello,” zei ik enigszins uit het veld geslagen.

“Ik ben Steven,” zei hij terwijl hij me een stevige hand reikte.

“Sara,” zei ik, nog steeds niet helemaal op mijn gemak, terwijl ik zijn hand drukte.

In het gesprek dat hierop volgde kwam ik te weten dat Steven in Palmsville woonde, inderdaad 18 was, dat hij een broertje had die Matt heette en dat zijn vader makelaar was, de man van wie wij ons huis hadden gekocht. Op school was hij geen uitblinker, maar wel heel sportief. Toen ik terug mets, vroeg hij wanneer we elkaar weer zouden zien. Ik haalde mijn schouders op en rende terug.

Na vier weken verhuisden we. Het werd een dag met een sterretje. De volgende dag trok ik er met Nicole op uit. Onderweg kwamen we Steven en Matt tegen. Nadat we mijn zusje en zijn broertje hadden afgeschud, liepen Steven en ik hand in hand verder. Het werd een dag met twee sterretjes.

Pas nadat ik thuis was gekomen, werd mijn stemming bedrukt. “Nicole is nog niet thuis gekomen,” zei mijn moeder duidelijk ongerust toen ik binnen kwam. Het was kwart over zeven en echt niets voor mijn zusje om zo laat thuis te komen. Ik belde het telefoonnummer dat Steven me bij ons afscheid gegeven had. Van hem hoorde ik dat Matt ook niet thuis was gekomen. We spraken af om samen te gaan zoeken.

Na een broeiend hete dag begon het natuurlijk net die avond te onweren. Steven en ik zochten de hele buurt af, maar we vonden Nicole en Matt niet. Net toen we het wilden opgeven kreeg Steven een ingeving. Diep in onze tuin had ooit een hut gestaan. Met veel moeite bereikten we de hut, die was gebouwd in het ondoordringbare stuikgewas van een slecht onderhouden deel van onze tuin. Toen we de ladder van de hut waren opgeklommen zagen we in het licht van de zaklamp die Steven heel slim had meegenomen Nicole en Matt slapend in een hoekje van de gezellig ingerichte hut.

Zachtjes tilden we ieder een van beiden op en brachten ze naar ons huis. Ook Stevens’ s ouders waren naar het huis gekomen. Steven en ik kregen natuurlijk de huid vol gescholden dat we niet op ons broertje en zusje hadden gepast. Ik moest mij bed afstaan aan Matt omdat hij al sliep. Even later liepen Steven en ik achter zijn ouders aan naar Palmsville.

De volgende dag zag Steven niet erg veel. Pas vrijdagavond mochten we weer samen op pad. Toen Steven me vroeg wat ik er allemaal van vond, dacht ik ‘ ik heb er veel van geleerd’, maar ik zei alleen maar “Zo beleef je nog eens wat”.

THE END

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Hoe komt de paashaas erbij eieren te verstoppen?

Hoe komt de paashaas erbij eieren te verstoppen?

26 januari 1986

Het is nu al vele jaren geleden dat de carrière van de paashaas is begonnen. Hij brengt zijn tijd rond Pasen door met het verstoppen van paaseieren en de rest van het jaar heeft hij nodig om hiervan uit te rusten.

Vlak na zijn geboorte heette de Paashaas nog helemaal geen Paashaas, maar gewoon Bruintje. Gewoon omdat hij helemaal bruin was. Maar toen gebeurde er iets vreemds.

Zijn zusje, Roze-oortje, keek over de rand van zijn wieg. Ze was verrukt over haar nieuwe broertje. Haar vader kwam achter haar staan en samen gluurden ze stralend in de wieg, totdat ze ineens hun adem inhielden en een gilletje sloegen.

Roze-oortjes keek met grote ogen toe hoe er ineens een witte vlek op het voorhoofd van Bruintje verscheen en hij zijn ogen opende. Hij keek hen stralend aan.

Moeder haas die de verbaasde blikken van haar man en dochter zag, maar niet kon zien wat er nou eigenlijk gebeurde riep geërgerd uit: “Wat gebeurt er? Wat is er met Bruintje?”. Nog steeds met een bijna lachwekkend verbaasde blik zei vader haas “Hij heeft een witte bles.”

Moeder haas glimlachte opgelucht en schertste toen” Dan noemen we hem Paashaas, want hij is tenslotte op 2de Paasdag geboren, niet dan?” Ze glimlachte haar man en dochter zo vriendelijk toe dat dezen niet konden nalaten ook te glimlachen. “Maar het is toch wel een beetje een rare naam”, zei Roze-oortje wat voorzichtig. Maar vader zei beslist: “Nee, ik vind het een leuke naam voor een leuk bruin haasje met een witte bles.”

En zo gebeurde het dat Bruintje vanaf dat moment Paashaas heette. Toen hij al wat ouder was, moest hij zo langzamerhand naar een baan gaan zoeken. Tenslotte vond hij wat hij zocht; page van de Hazenkoning.

Goedgehumeurd nam hij op een zonnige zomerdag afscheid van zijn ouders en al zijn broertjes en zusje, maare toch speciaal van Roze-oortje.

Een paar dagen later arriveerde hij moe maar voldaan bij het paleis aan en iedereen aan het hof was meteen dol op deze spring-in-het-veld die naar de rare naam Paashaas luisterde. Na een paar maanden echter had Boudewijn Hazenkoning iemand nodig die een leuk spelletje wist voor zijn kinderen. Omdat het bijna Pasen was en men dan veel eieren at, ging Paashaas naar de koning toe en vertelde hem over het spelletje dat hij had bedacht. Hoewel dit maar 1 keer per jaar gepeeld kon worden vond de koning het zo leuk dat hij beval de eieren in het hele land te verstoppen.

En vanaf de dag waarop de koning dit zei tot op de dag van vandaag heeft de Paashaas dit speciale baantje mogen bekleden en omdat de koning nog steeds tevreden is over zijn werk zal hij ook voorlopig dat baantje wel houden.

Posted by Gutterswijk Natascha in Andere zaken, Verhalen, 0 comments
Kamelen achter het behang

Kamelen achter het behang

Dit is het verhaal, waarin aan iedereen wordt uitgelegd wat die vreemde geluiden zijn die we ‘s nachts horen en hoe het komt dat het behang zomaar gaat bollen.

We moeten daarvoor een verre reis maken. Een reis naar het land van Oorsprong en Verklaring. In dit land heerst niet koning Logica, keizer Rede of de vorst Het-ligt-voor-de-hand. Nee, in dit land regeren Toeval en Natuur. Twee grillige wezens die te schichtig zijn om zich te laten zien.

Het is ook niet makkelijk om in het land van Oorsprong en Verklaring te komen. De reis is lang, ongemakkelijk en zeer vermoeiend. We moeten over lange, recht paden tegen de wind in lopen, dan moeten we moeizaam tegen steile hellingen op klimmen die begroeid zijn met stekelige struiken en dan moeten we een helling af die bestaat uit losse kiezelstenen met scherpe punten. Bont en blauw en vol schrammen laten we ons vermoeid neer op een deken van gras en mos, waarmee het land van Oorsprong en Verklaring begint. Dan zien we wat voor schitterend land dit is. Zover het oog strekt zien we begroeide velden en weiden afgescheiden door kabbelende beken en ruisende bomen..

Maar we hebben geen tijd om van al dit schoons te genieten. We moeten verder. We lopen naar de enige stad die dit land rijk is, Bron. In Bron heerst een levendige drukte. Boeren, burgers en buitenlui lopen elkaar voor de voeten, schelden elkaar uit en gaan daarna gezellig samen wat drinken. Alles lijkt heel vredig en op orde. We zijn op zoek naar de onderkoning van dit vreemde geheel. Eigenlijk moet ik zeggen onderkoningin, maar haar geslacht wordt nooit helemaal duidelijk. Een struis wezen, gehuld in rokken en andere gewaden. Een grijs dons bedekt haar hoofd en twee kraaltjes zijn haar ogen. Ze loopt krom en steunt op een stok en haar stem is een raspend gefluister. Je kunt zien dat hier sprake is van een zeer oud wezen.

Onderkoningin Geduld ontvangt ons gastvrij in haar sobere huis. We worden op een rafelige bank gezet en krijgen een kopje thee.

“Jullie zullen wel moe zijn na zo’n lange reis. Misschien kan ik maar beter tot morgen wachten met de verhalen die ik ga vertellen.”

Dankbaar volgen we Geduld naar boven als ze ons ons slaapvertrek laat zien. In een kleine kamer staan twee gigantische hemelbedden We nestelen ons ieder in een bed en voordat ook maar enige droom in de buurt is slapen we al. Zo’n slaap die je overvalt als je veel nieuwe indrukken te verwerken hebt gekregen. Een diepe slaap…

De volgende morgen worden we gewekt door moedertje Geduld. Als we beneden komen staat een goed gedekte tafel op ons te wachten. Hongerig vallen we aan.

Als we zijn uitgegeten nestelen we ons met een dampende mok koffie op de rafelige bank. Moedertje Geduld zit als een oude vrouw in de schommelstoel met haar breiwerk. Vreedzaam tikt een klok. Verder is het stil in het kleine huisje.

Dan begint moedertje Geduld met zachte maar heldere stem te vertellen.

“Dit land is de moeder aller begin. Alles is ooit begonnen. Daarvoor worden plannen gesmeed door Toeval en Natuur. Ze hebben beide hun grillen. Soms zitten ze elkaar alleen in de haren, omdat ze hun dag niet hebben. Toen Natuur de kamelen schiep was Toeval chagrijnig. Hij bespoot een aantal van de kamelen met roze verf. Hoe Natuur ook schrobde en boende, de dieren bleven roze. De roze kamelen durfden natuurlijk niet zo rond te lopen. Natuur besloot daarom om ze heel klein te maken, zodat ze niet al te veel op zouden vallen. Het leken nu net een paar misvormde varkens, maar dat was toch minder erg dan roze kamelen. Natuur had nu nog een appeltje te schillen met Toeval. Hij was kwaad dat zijn mederegent zo kinderachtig gedaan had. Hij wilde wel een verontschuldiging horen.
Maar Natuur kon Toeval nergens vinden en liep naar huis. Toeval had zich verstopt voor de boze bui van Natuur. Hij was in een baldadige bui en besloot nog eens een kijkje te gaan nemen bij de roze kamelen. Hij kwam toen op het geniale idee om ze nog kleiner te maken. Nu waren het geen misvormde varkens meer, maar een soort roze muizen. En hij droeg ze op zich ook zo te gedragen.
De roze kamelen kwamen zo op de wereld als een muizensoort. Ze nestelden zich achter het bloemetjesbehang van een groot landhuis. Ze voelden zich daar thuis. Maar op een gegeven moment bolde het behang wel heel erg op. Het huis werd te klein voor zo veel roze kamelen. Vanaf dat moment hebben de roze kamelen zich over de hele wereld verspreid. Ze huizen achter het behang en als het behang gaat bollen weet je dat er roze kamelen gaan verhuizen.
Je hoeft nooit bang te zijn voor het kloppen en schrapen, tikken en piepen ‘s nachts, want roze kamelen zijn hele vredelievende beestjes die niemand kwaad doen.”

Zo eindigde het verhaal over de roze kamelen, maar moedertje Geduld had nog veel meer te vertellen.

Lisa glimlachte. Toen ze om zich heen keek dacht ze een roze kophe te zien. Ze knipperde met haar ogen, maar toen ze weer keek was het kopje weg. “Dat heb ik me alleen maar verbeeld,” vermaande ze zichzelf. Toch dacht ze ook het schrapen van de kleine hoefjes te horen. Snel sloeg ze de bladzijde van het boek om voor het volgende verhaal van moedertje Geduld.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Computerhaat?!

Computerhaat?!

Bij het opruimen kwam ik een oud stukje tegen. Ik moet zeggen, er is gelukkig veel veranderd sindsdien.

Computerhaat ?!

20 oktober 1995

Computers vullen in mijn leven inmiddels een eigen hoofdstuk. Zij zijn terug te vinden onder het kopje “Frustraties en irritaties”. Onderzoek heeft uitgewezen dat een sterke menselijke geest een computer kan beïnvloeden. De stemmingen en voorkeuren van een mens kunnen doordringen in het hart van de computer. Er zijn twee typen van beïnvloeding: positieve en negatieve beïnvloeding. Jammergenoeg behoor ik tot de mensen die computers negatief beïnvloeden. Zonder dat zelf te willen overigens. Ik moet ergens, diep in mijn onderbewuste een onuitroeibare computerhaat herbergen.

Uit het bovengenoemde onderzoek is ook naar voren gekomen dat er een categorie mensen bestaat, die zodra zij zich achter een computer zetten een heel netwerk stil kunnen leggen. Het zou nuttig zijn om verder psychologisch onderzoek los te laten op deze categorie mensen. Voornamelijk om de computernetwerken en loslopende pc’s op deze werled te beschremen, maar ook om uit te zoeken of deze mensen verder ook gevaarlijk zijn. Als zij een computernetwerk met één blik kunnen stil leggen dan hebben zij een zeer machtig wapen in handen. Tegenwoordig loopt de hele wereld alleen nog maar geautomatiseerd. Eén blik kan desastreuze gevolgen hebben. Het internet valt uit, banken verliezen miljarden dollars, belangrijke data verdwijnen en beveiligingssystemen vallen uit.

Ook voor mijn eigen veiligheid zie ik verder onderzoek verlangend tegemoet. Ik voel nu al vaak de angstige blikken van mijn omgeving op mij rusten. Mensen vertrouwen mij niet meer. Ik word zeker niet in de buurt van een computer gelaten. Maar ook op andere fronten vertrouwt men mij miet meer. Als ik een vernietigende uitwerking op computers heb, dan zou ik dat ook best op mensen kunnen hebben. En wat heb ik überhaupt voor ziekelijke geest dat ik een heel netwerk laat uitvallen? Nee, mensen mijden mij uit angst…..

 

Posted by Gutterswijk Natascha in Andere zaken, Verhalen, 0 comments
Donderdag

Donderdag

Verhaal van een dag

Het was de donderdag voor vrijdag de dertiende, misschien heeft dat er iets mee te maken dat het een aparte dag is geworden. We zijn een paar dagen op verlate kerstvakantie in het niet zo bruisende Garderen. De hangbedden hebben mijn rugpijn geen goed gedaan. De pijn in mijn maag heeft me een slapeloze nacht gegeven. Ik zit dus wat versuft aan het ontbijt. Dan gaat, alweeeeer, de telefoon. Grappig dat je weken thuis kunt zitten wachten op een telefoontje en er gebeurt niets en dan ben je drie dagen weg en gaat iedereen ineens bellen.

Of ik geïnteresseerd ben in een opdracht van een half jaar. Natuurlijk, alleen kan ik nu even niet reageren, want in Garderen kennen ze geen Wifi-verbinding. Geen probleem zegt mijn vriendelijke recruiter.

Uitchecken en naar de bus. We zijn wat vroeg dus kijken we vanaf het bankje naast de bushalte naar de donkere, voorbijstuivende wolken. Gelukkig is het nu nog droog. Uit luiigheid nemen we de bus helemaal naar Amersfoort. Wel een beetje raar dat we voor we Amersfoort inrijden van bus moeten wisselen, maar ja, hier kan dat blijkbaar nog.

We zijn ruim op tijd voor onze trein naar station Zuid, waar we afscheid nemen. Ik fiets ietwat puffend onder het gewicht van mijn rugzak naar huis. Vlak voordat ik thuis bent wordt voor mijn ogen een oude vrouw aangereden. De jongen in de knalgele auto heeft het niet door en wil weg rijden, maar als ik naar hem schreeuw kijkt hij achterom en ziet de vrouw op straat liggen. Er staan snel wat andere mensen om heen. Terwijl ik 1-1-2 bel haalt de buurman een kussen om onder het hoofd van het slachtoffer te leggen.

Wat duurt het toch vreemd lang om een ambulance aan te vragen. Eerst de meldkamer, als ze begrijpen dat ik een ambulance nodig heb verbinden ze me door. Ik krijg een vriendelijke maar wat wazige vrouw aan de lijn die eerst nog problemen heeft met het ‘systeem’. “Ik ga u zo helpen hoor”. Dan moet ik een eindeloze lijst vragen beantwoorden voordat ze eindelijk een ambulance belt.

Twee politiewagens zijn eerder ter plekke, maar ook dat vind ik best lang duren als je bedenkt dat we bijna naast het politiebureau wonen. Maar goed. Als de politieagenten het onderling eens zijn over wie wat gaat doen is de ambulance er gelukkig ook. Het lijkt erop dat de enkel van de vrouw gebroken is, er stroomt bloed uit. Ik kan daar niet zo goed naar kijken. Als een politieagent mijn gegevens heeft opgenomen mag ik weg. Ze gaan mij later nog bellen voor een verklaring zegt de man. Nooit gebeurd.

De rest van de middag besteed ik aan het doornemen van mijn mail. Hierin zit ook de beschrijving van de opdracht. Klinkt leuk. Ik maak een afspraak met de recruiter voor maandagmorgen, om nog even de puntjes op de i te zetten. Daarna moet ik nog even regelen dat ik mee kan rijden naar de volleybalwedstrijd in Naarden, want eigenlijk zou ik nog niet terug zijn. Lukt allemaal.

Gelukkig is het droog en fiets ik naar Oost voor ons ambitieuze plan om 5 man in een Panda te stoppen. Eigenlijk gaat dat best heel goed. De wedstrijd is niet veel soeps en we verliezen met 3-2. Als ik buiten een sigaretje aan het roken ben raak ik in gesprek met een meisje dat even aan het bijkomen is van haar linedance-training. Ze vertelt me dat ze op dit moment les heeft van een wereldkampioene die net terug is uit de States en dat ze volgend jaar ook mee gaat doen aan de wereldkampioenschappen in Orlando. Leerzaam gesprekje.

Terug in Amsterdam fiets ik tegen de wind naar huis als ik bij de Amstelbrug plotseling iemand op de grond zie liggen. De jongen is wel bij kennis maar heeft geen enkel idee dat hij gevallen is. Een aankomende fietser helpt de man overeind en zet hem tegen de leuning van de brug aan. Een meisje op een scooter heeft een oude handdoek die de jongen kan gebruiken om het bloed dat uit zijn gebarsten lip loopt op te vangen. Ik pak zijn sleuteltjes en afgebroken fietslamp en we wachten op de ambulace. Nu is de politie net iets eerder dan de ambulance. De broeders nemen het slachtoffer mee naar het ziekenhuis omdat hij zich van het hele voorval niets kan herinneren. Een beetje rillerig van alle voorvallen van vandaag fiets ik naar huis.

Ik slaap weer niet goed, maar misschien is dat ook niet zo verwonderlijk.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Mijn nieuwe leven

Mijn nieuwe leven

Boos trap ik tegen mijn voordeur. Tenminste.. Dit is toch mijn voordeur? Ik kijk naar het nummer naast de deur, yep, 40, dat is mijn huisnummer. Dan kijk ik naar het naambordje boven de brievenbus en ik verstijf. B. de Vries. Wie is dat, dat is niet mijn naam. Ik kijk om me heen, yep, alles ziet er net zo uit als altijd. Dit is mijn straat, mijn huisnummer, maar niet mijn naam. Wat gebeurt hier toch, wat is er gebeurd?

Ik ga op het stoepje voor de deur zitten en laat mijn hoofd op mijn handen rusten. Ik moet rustig blijven, diep adem halen, ik moet nadenken. Maar mijn hoofd bonkt en er spoken alleen maar vage beelden door mijn hoofd, ik kan er geen wijs uit worden.

Wat is het laatste dat ik mij echt kan herinneren voordat ik hier voor de deur erachter kwam dat mijn huissleutel niet meer op mijn voordeur past? Gisteravond, ja dat moet gisteravond geweest zijn, het was al donker toen ik de deur uitging. Ik had afgesproken met Ria, we gingen een drankje doen in De Molen. En toen, denk na, wat gebeurde er daarna.

Een tijdje zit ik daar met mijn hoofd in mijn handen en kan ik niets meer bedenken. Er komt geen enkel beeld meer voorbij, ik weet het niet meer. Ik til mijn hoofd op en zie naast me de voortuin. De voortuin met alle plantjes die ik in mei heb geplant. Ik ben niet gek, dit is echt mijn huis, maar waarom kan ik me niet bedenken wat er gebeurd is….

Wacht, ik zie nog een beeld. Het is ergens in de stad, een steegje, ik zie iemand op me af komen, het is Henk. Henk, wat doet die hier? Die woont hier helemaal niet meer, die is jaren geleden verhuisd, mij als een verliefd hoopje ellende achter latend. Henk was mijn grote liefde. Daarna heb ik eigenlijk naar geen enkele vent meer omgekeken. En nu ineens komt hij op me af lopen.

Denk na, wat gebeurde er toen? Even is mijn hoofd weer helemaal leeg, op het bonken van mijn hoofdpijn na. En dan ineens komt het allemaal terug. Ik haal diep adem, nee toch, dat heb ik niet gedaan.

Ik groette Henk met een warme glimlach, ik kon er niets aan doen, het hele gevoel kam meteen weer terug, ik was meteen weer dat verliefde kind dat niets anders kon doen dan stom naar hem glimlachen. Deze keer glimlacht hij echter terug en dus ben ik verkocht. We gaan samen wat drinken, ik heb nooit meer aan Ria gedacht, shit, dat moet ik nog een keer goedmaken.

Maar goed, zoals dat gaat belanden we bij hem in bed. Als ik ‘s nachts wakker word kijkt hij me bijna net zo verliefd aan als ik me voel en dan vraagt hij me, mij, om met hem te trouwen, om alles te vergeten wat er gebeurd is, er samen vandoor te gaan en de rest van ons leven samen te delen. Ja natuurlijk wil ik dat. We boeken midden in de nacht een vlucht naar Las Vegas voor de volgende ochtend en we doen het, we zijn gewoon getrouwd. Als we terug zijn verkoop ik mijn huis en trek ik bij hem in. Maar het sprookje duurt niet lang. We zijn uit elkaar gegroeid, we maken overal ruzie over. Gisteravond was weer zo’n avond die we alleen maar schreeuwend hebben doorgebracht. Op een gegeven moment ben ik de deur uit gerend en ik heb me bezat.

Al die beelden waren dus niet van gisteravond, ik woon hier al twee maanden niet meer. Ik sta op van het stoepje, werp nog een laatste blik op de mooie voortuin die nu niet meer van mij is en loop de straat uit, terug naar mijn nieuwe leven.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments