Verhalen

Verhalen van vroeger en nu.

De glazen bol

De glazen bol

Ik liep door een donkere, koude gang. Mijn gevoel zei me dat het nacht was en dat ik door een huis liep. Hoe ik hier kwam kon me niet herinneren, Het huis voelde kil en onbewoond aan. Ik de gang hingen schilderijen en er stonden beelden, Daar was ik achter gekomen omdat ik tegen de muren en de beelden opbotste in het donker. Het maakte verschrikkelijk veel kabaal als er weer een beeld omdonderde waar ik tegenaan gelopen was. De meeste beelden leken van steen of brons. Dezen vielen met een doffe klap op de grond. Andere beelden leken van porselein en dezen vielen met een tinkelende klap op de grond in duizend stukjes. Het gevoel dat het huis onbewoond was kwam niet alleen van de kille, vochtige lucht, maar ook van de spinnenwebben waar ik regelmatig doorheen liep.

Hoe lang ik zo gelopen had kon ik niet zeggen, maar ineens hield de gang op en stond ik voor een deur. Mijn hart sloeg een paar slagen over en mijn ademhaling werd onrustiger. Ik voelde een kriebelend gevoel van angst in mijn maag. Voorzichtig zocht ik in het donker naar de deurklink en zachtjes duwde ik hem naar beneden. Piepend en krakend ging de deur open. Achter de deur vond ik iets dat ik nooit verwacht had.

Ik kwam in een kamer waar het licht was, lichter dan ik ooit had meegemaakt. Het licht kwam uit het midden van de kamer. Eerst kon ik niet zien waar het vandaan kwam omdat ik verblind was door het plotselinge licht. Toen mijn ogen aan het licht gewend waren zag ik dat in het midden van de kleine kamer waarin ik nu was een glazen bol stond. Zo’n bol als waarzeggers op kermissen ook altijd hebben. Deze bol steunde op een bronzen voetstuk dat uitliep in een ronding. In deze ronding was een opening uitgespaard oor de bol. De bol leek te gloeien en zond een schitterend licht uit naar alle hoeken van de kamer. De kamer was verder leeg. Toch had ik het gevoeld dat in de hoeken van de kamer wat bewoog. Ik keek snel naar de ene hoek en voelde dat er in de andere hoek wat bewoog. Maar als ik naar de andere hoe keek zag ik alleen het licht. In alle hoeken waar ik keek zag ik alleen het licht. Tot ik in de glazen bol zelf keek en zag dat daarin van alles bewoog. Voorzichtig liep ik op de bol af en tak mijn hand uit naar het voetstuk. Er straalde absoluut geen warmte vanaf. Dat leek mij vreemd voor iets dat zo veel licht uitstraalde. Toen ik voorzichtig de glazen bol aanraakte kreeg ik een schok en geschrokken stapte ik terug.

Mijn hand tintelde. Het voelde net als vroeger als je het schrikdraad van een weiland vastpakte waar stroom op stond. Een kleine elektrische schok. Ik zag alleen geen snoer of stekker die de bol met een stopcontact verbond. Het voetstuk stond alleen in het midden van de kamer, hoe kon er dan een elektrische schok van de bol komen?

Terwijl ik over mijn tintelende vingers wreef herinnerde ik me een verhaal dat mijn grootmoeder mij verteld had toen ik een jaar of tien was. Ik kon niet slapen en ik jengelde net zo lang tot mijn grootmoeder er mee instemde een verhaal te vertellen.

‘Heel lang geleden kwam er een missie van Mars op Aarde. Dat waren natuurlijk niet van die blauwe mannetjes zoals mensen altijd beweren. Het waren mensen net als wij, maar hun maanpakken waren blauw. Zij hadden met reusachtige telescopen gezien dat hier op Aarde leven bestond, net als op Mars. Zij waren op een verkenningstocht gestuurd om te kijken of onze beide culturen misschien wat van elkaar konden leren. En het is altijd een prettig gevoel om te ontdekken dat je niet alleen bent in dit heelal. De aardbewoners begrepen niets van de beschaving van de marsbewoners, want technologisch en humanitair waren zij onze tijd ver vooruit. Oorlogen kenden zij niet meer en zij konden al grote delen van het heelal bereizen, terwijl de mensen op aarde nog niet eens konden vliegen. Voor de marsbewoners viel er niets te leren van deze beschaving. Ze lieten wel ergens op aarde een verbinding achter, voor als de aardbewoners ooit behoefte mochten hebben aan contact dan konden zij dat via deze verbinding melden.

De verbinding was een schitterende glazen bol die de wereld verlichte met een schitterend licht. Maar mensen zijn dom en vergeetachtig. De bol is verdwenen en niemand kan zich herinneren waar hij gebleven is. Vergeefs wachten de marsbewoners op een teken van de aarde. Zij wonen niet meer op Mars omdat de omstandigheden daar niet meer zo gunstig zijn. Waar ze nu wonen weten we niet. Dat zullen we pas weten als we de glazen bol weer terugvinden. Ga nu maar lekker slapen. Misschien vind je ergens in dromenland wel de glazen bol terug.’

Stommelend en strompelend, vallend over mijn eigen benen en zo snel als ik na de schok van mijn ontdekking nog kon bewegend rende ik het verlaten huis uit. Ik droomde over exotische plaatsen waar ik de bol terugvond, Ik droomde over een bol op de Noordpool. Ik droomde en droomde, maar ik heb nog nooit gedroomd dat ik de glazen bol terug zou vinden in een oud verlaten spookhuis aan de rand van een klein stadje. De mensen die hier wonen zijn bang voor het spookhuis en niemand  is zo gek om een kijkje te gaan nemen. Als ik mijn verhaal vertel wordt het met spottende minachting weggewoven. ‘In dat huis wonen de geesten van onze voorvaderen, verder niemand. Wie gelooft er nou in marsmannetjes?’

Nee, niemand gelooft nog in marsmannetjes, want de wereld is onttoverd. We willen niets zien dat we niet begrijpen. Ik sta alleen met mijn ontdekking. Ik ga vaak terug naar het huis en kijk in de bol. Ik zie dat het goed gaat met de vroegere marsbewoners en zij zien dat het goed gaat met mij, Maar we komen niet tot wezenlijk contact en de wereld waarin ik leef heeft me uitgestoten en voor gek verklaard.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Alle kleuren van de regenboog

Alle kleuren van de regenboog

Toen de regenboog geboren werd, was het op de aarde npg vrij rustig. Je kon nog mijlenver kijken zonder een hutje of een mens te zien. Dieren zag je wel genoeg. De regenboog hield ervan om naar de dieren te kijken. Naar de vogels, die zo hoog mogelijk vlogen en probeerden om de regenboog aan te raken, naar de paarden, die achter elkaar aan galoppeerden en probeerden om het einde van de regenboog te bereiken, en naar de kleine veldmuizen, die hun kleine neusjes in de lucht staken en probeerden om aan de regenboog te ruiken.

Mensen leerde de regenboog pas veel later kennen, toen hij al bijna al zijn kleuren had. Van de mensen kreeg hij al net zo veel aandacht als van de dieren. De kleine kinderen hielden op om met hun handen door de aarde te wroeten zodra ze hem zagen. Ze staken hun armpjes in de lucht en brabbelden da-da of keken ademloos naar al die kleurenpracht. De grotere kinderen renden met hun schepjes naar de plek waar zij dachten dat het einde van de regenboog was en riepen ‘ ik ben als eerste bij de schat’. De ouders keken met waterige ogen naar de regenboog, omdat ze in hem een symbool van hoop zagen, hoop op verbetering na een slechte periode. En geliefden kusten elkaar en beloofden elkaar de mooiste dingen in het gekleurde licht van de regenboog.

De regenboog gloeide van trots onder al die aandacht. Hij mocht zich koesteren in de warmte van de zon en in de aandacht van mens en dier.

Maar op een dag haalde een van de doe mensen, die men engelen noemende, het in zijn hoofd om kattenkwaad uit te halen. De engel verbande de zon en maakte wolken en regen. De regenboog kroop ver weg in een hoekje waar hij nog een beetje droog kon blijven. Toen de zon eindelijk terug mocht komen, kwam de regenboog snel uit zijn hoekje en warmde zijn vake kleuren aan de zonnestralen. Al snel straalde hij weer volop. De paar mensen en de vele dieren die get rotweer hadden doorstaan keken opgelucht en genietend aar de kleurenpracht van de regenboog.

Maar de engel wilde juist alle aandacht en uit woede dat alle aandacht niet naar hem maar naar de regenboog ging veroordeelde hij de regenboog naar het schemergebied tussen regen en zonneschijn. Daarom zien wij de regenboog niet zo vaak en het lijkt altijd alsof hij niet meer zo gelukkig is als toen, alsof hij minder straalt. Hij is een beetje vervaagd.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Hoe een oude dame door rood rijdt en er mee wegkomt

Hoe een oude dame door rood rijdt en er mee wegkomt

Dame: “Goed dat er hulpvaardige politie is. Misschien kan ik u mijn dankbaarheid tonen. Waarmee Kan ik u van diens zijn agent?”

Agent 1: “Mevrouw, u bent zojuist door rood gereden. Mag ik misschien uw rijbewijs en autopapieren zien?”

Dame: “Door rood gereden? Ik? Maar dat gelooft u zelf toch niet? Ik ben een eerbare oude vrouw, zoiets zou ik nooit doen.”

Agent 2: “Het spijt me, maar we hebben het beide gezien en zouden u dringend willen verzoeken uw rijbewijs te tonen.”

Dame: “Ja jongen, natuurlijk mag je mijn rijbewijs zien. Er zit alleen geen erg mooie foto op. Hij is nog van toen ik heel jong was. Maar ondanks dat, weet ik zeker dat ik niet door rood ben gereden. Ik mag dan wel oud zijn, maar ik ben nog lang niet achterlijk. Kijk,” zegt de dame, terwijl ze ontspannen tegen haar knalrode Fiat Panda leunt, “vroeger reed ik stiekem nog wel eens met mijn fiets door rood. Als er geen verkeer aankwam natuurlijk. Maar op een gegeven moment wordt je toch ouder en ga je anders over dat soort dingen denken. Dan rijd je niet zomaar meer door rood.” Deze laatste stelling onderstreept de dame door Agent 1 venijnig in zijn zij te prikken. “nee, ik zou toch wel een hele goede reden moeten hebben om door rood te rijden.”

Agent 1 wordt wat ongeduldig: “Mevrouw, het is uw woord tegen het onze. Wij hebben duidelijk gezien dat u door rood reed en wij willen u nogmaals dringend verzoeken om ons uw rijbewijs te tonen.”

Dame: “Weet je wat een goede reden zou zijn om door rood te rijden? Als je kleindochter in het ziekenhuis ligt en bijna gaat bevallen. Je kent dat wel,” zegt de dame met een olijke glimlach naar Agent 2. “Dan krijg je een telefoontje van de zenuwachtige vader van het kind dat de weeën zijn begonnen. Dam spring je als liefhebbende oma toch meteen in je auto en race je naar het ziekenhuis. Op zo’n moment zou ik ook niet op een rood stoplicht meer of minder kijken. U toch ook niet?”

Agent 2: “Maar in dit geval ligt uw kleindochter niet in het ziekenhuis en toch bent u door rood gereden.”

Dame: “Nee, natuurlijk ligt mijn kleindochter niet in het ziekenhuis. Ze is pas 12 jaar oud, dan krijg je toch nog geen baby, agent?! Maar weet u wat ook een goede reden kan zijn om door rood licht te rijden? Als je niet ziet dat het rood is, omdat je zo in gedachten verzonken bent dat je het rode stoplicht helemaal niet ziet. Dat kan zijn omdat je kat net een nest met kittens heeft geworpen en je bent nieuwsgierig hoe het met de kleintjes gaat. Of je weet dat je man een verhouding heeft met de buurvrouw en je probeert de beste manier te vinden om hem terug te pakken. Of je hebt de hele dag al het gevoel dat je iets vergeten bent, maar je weet bij God niet meer wat. Dat zijn allemaal kleine dingen van het leven die je heel even het verkeer kunnen doen vergeten.”

Agent 1 haalt moedeloos zijn schouders op en loopt terug naar de surveillancewagen. Dit wordt niets. Agent 2 laat de moed niet zo snel zakken en probeert op vriendelijk doch dringende wijze het oude dametje over te halen haar rijbewijs te laten zien, zodat hij proces-verbaal op kan maken.

Dame: “En weet u, agent, wat sowieso een geldige reden zou zijn om door rood te rijden? Als je als agent een groot crimineel op de hielen zit en je wilt hem tijdens de spannende achtervolging niet kwijt raken. Dan scheur je daar in je super-de-luxe Porsche achter een mini aan, waarin een vervaarlijk uitziende man met een vies petje op achter het stuur zit en probeert te ontkomen. Maar je bent zo…”

Onder het uitspreken van deze wartaal door de oude dame bezwijkt ook de tweede agent. Hoofdschuddend stapt hij naast zijn maat in de auto. “Laat maar.”  En de surveillancewagen vervolgt zijn weg.

De oude dame komt pijlsnel in actie, kijkt op haar horloge en springt al mopperend in haar pandaatje: “ Nou moet ik toch echt opschieten. Als ik te laat in de winkel kom zijn alle leuke koopjes allang weg. Maar toch leuk dat ik me onder die boete heb uitgepraat. Ik moet in het vervolg toch beter opletten dat er geen politie in de buurt is.”

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Uit de oude doos – Klok kijken

Uit de oude doos – Klok kijken

Willeke: ” Ik kan al klokkijken, want ik heb een horloge. Hier kijk maar.”
Pim: “Maar dan kan je nog geen klokkijken.”
Willeke: “Wel waar ik zie hem toch?”
Pim: “Klokkijken betekent dat je op een klok kunt zien hoe laat het is.”
Willeke: “Oh, maar het is toch helemaal niet belangrijk hoe laat het is?”
Pim: “Jawel, want je moet toch op tijd op school zijn, je moet op tijd thuis zijn en bij al dat soort dingen moet je toch kunnen zien hoe laat het is.”
Willeke: “ Nee hoor, dat doet mij moeder allemaal. Zij zegt wanner ik moet opstaan, zij zegt wanneer ik naar school moet en ze roept me als ik thuis moet komen. Nee, klok kijken betekent dat je ziet wat een klok is. En nog veel belangrijker wat voor klok het is. Dit is een horloge,” zegt Willeke trots terwijl ze haar arm uitsteekt.
Pim lacht haar een beetje uit: “Nee, malle, als je alleen maar weet wat een klok is heb je er niets aan. Alles draait om tijd. Het is heel belangrijk dat je weet hoe laat het is. Het is ook heel moeilijk om klok te kijken, maar dat leer je nog wel.”
Willeke: “Pfft, je bent gewoon jaloers en daarom zeg je dat ik niet kan klokkijken.”
Pim: “Nee hoor, ik heb zelf ook een horloge. Of beter, ik had een horloge maar ik ben er op gaan staan en nu is ie stuk.”
Willeke: “Zie je wel, gewoon jaloers.” En terwijl ze trots naar haar eigen horloge kijkt loopt ze koket weg.

Uit De oude doos is een categorie van verhalen, gedichten en schrijfsels die ik vroeger heb geschreven en op dit moment aan het opnemen ben op mijn website.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Woorden – overpeinzingen uit de oude doos

Woorden – overpeinzingen uit de oude doos

Over woorden en boeken – overpeinzingen uit de jaren 80

Woorden
verwarrend en verhelderend
nietszeggend of juist alleszeggend
soms zo nodig
maar
soms ook zeer overbodig

Woorden
Flirtend met het papier rijgen ze zich aaneen als een ketting die je spelend door je handen laat glijden. Maar woorden slijten niet zo snel als kralen.

 

Bladerend in het boek van zijn leven
vond de oude man veel vergeelde dromen
en glimlachend biggelde een traan over zijn wang.
Maar toen hij de schoonheid zag
die zijn leven overheerst had
sloeg hij glimlachend zijn ogen op.

 

Boeken geven ons die veilige haven waar we soms graag even willen aanleggen om ons te laten wiegen op de golven door de zachte wind.

 

Zwart op wit. Een afdruk van een indruk.
Een afdruk ban een indruk die met nadruk vraagt om een herdruk (niet van mij)

Uit De oude doos is een categorie van verhalen, gedichten en schrijfsels die ik vroeger heb geschreven en op dit moment aan het opnemen ben op mijn website.

Posted by Gutterswijk Natascha in Andere zaken, Verhalen, 0 comments
Uit de oude doos

Uit de oude doos

80’er jaren 
Opgepoetste ijdelheid

De wereld is verdorven en wij hebben haar zo gemaakt. Nu dragen we zonnebrillen tegen het felle licht van de verrotting. Morgen zijn we daar alweer blind voor en zetten we de zonnebril af om te zien hoe mooi de wereld is.

Het is niet allemaal schijnheiligheid dat blinkt maar ook opgepoetste ijdelheid.

13 januari 1993

‘Ik schrijf’, zei de eend. Maar waar de kikker ook keek, hij zag niets dan water en waterlelies. De eend dobberde verder.

‘Schrijven? Is dat net zoiets als slapen?’, vroeg de trouwe hond aan zijn baas. ‘Nee? Waarom doe je het dan?’ 

De mens heeft een voorsprong op de dieren, omdat hij kan denken en zijn gedachten aan het papier kan toevertrouwen. Maar als ik zo naar mijn kat kijk heb ik ook zin om me gewoon eens lekker om te draaien en door te slapen.

‘Waarom schrijf jij?’ vroeg mijn buurmeisje van 9 mij eens. ‘Ach’, zei ik ‘dat is net als spelen. Inspannend en ontspannend en gewoon leuk.’ 

Daar ook dit papier eens zal vergaan
Zullen deze woorden niet eeuwig bestaan
Maar het is tenslotte ook wel goed
Als de mens weer eens wat anders doet

Datum onbekend
Het leven bestaat niet

Vier miljard mensen, Dat betekent vier miljard verschillende opvattingen van het leven. Dat betekent vier miljard andere levens. En dan nog beweren dat hét leven bestaat …?!

Uit De oude doos is een categorie van verhalen, gedichten en schrijfsels die ik vroeger heb geschreven en op dit moment aan het opnemen ben op mijn website.

Posted by Gutterswijk Natascha in Gedichten, Verhalen, 0 comments
Een probleem dat mij wakker hield

Een probleem dat mij wakker hield

Ik heb een probleem dat mij wakker houdt. Mijn beste vriendin zit met een groot probleem. Ze is verliefd op een tweeling, op beide. De linker noemen we maar Linkert en de rechter Rechie, want ik weet niet hoe ze heten. Ze wil me de namen niet vetellen. Dat is dus het tweede probleem dat mij wakker houdt. Ik lig op mijn rug en denk na over de opdracht die mijn vriendin mij gegeven heeft. Ze heeft me een goede beschrijving van de twee leden van de tweeling en ik moet voor haar uitzoeken welke van de twee geschikt is voor haar. Daarbij moet je bedenken dat ze volgens haar nog nooit gezien heb.

Ze heeft me de volgende beschrijving van de twee gegeven. Linkert is het kleinst van de twee, hij heeft blauwe ogen en een mooi gevormde neus. Zijn haar is blond en zijn schouderbreedte is behoorlijk en hij ziet er uit als een atleet. Hij loopt meestal op afgetrapte gympen en een verweerd t-shirt met daarbij een onafscheidelijke spijkerbroek.

Daartegenover of naast, net hoe je het bekijkt, staat zijn altijd goedgehumeurde broer Rechie. Deze is behoorlijk lang en heeft ook blauwe ogen. Zijn haar is meer bruinblondig, terwijl hij er meer als een heer dan als een atleet uitziet. Ook zijn prestaties zijn heel verschillend van die van zijn broer, want Linkert is meer de atleet en Rechie de professor.

Mijn vriendin zelf is een kleine vrouw, die zich bijzonder voor mannen interesseert en altijd twee liefdes tegelijk heeft. Ze heeft zwart haar en donkerbruine ogen. Ze is altijd naar de laatste mode gekleed waardoor menig man zijn begerig ook op haar laat vallen.

Maar zo’n moeilijke opdracht als deze keer heeft ze me nog nooit gegeven. Vooral omdat ik geen idee heb wie Linkert en Rechie zijn. Volgens mij moet ik dat eerst eens uitzoeken. En met dit plan in mijn hoofd wil ik eindelijk gaan slapen als de wekker afgaat.

Overdag houdt het probleem me de hele tijd bezig en het gezeur van mijn vriendin is haast ondraaglijk. Ik zeg haar dat ze me wat tijd moet gunnen. Maar ze vertelt me dat de tweeling haar mee uit eten gevraagd heeft en ze weet niet met welke van de twee ze nu uit moet gaan.

Ik geef haar de raad deze keer dan maar met beide uit te gaan tot ik weet welke nou de geschikte partner voor haar is.

Het duurt lang en het is koud. Ik wacht de drie stiekem op bij het restaurant waar ze hebben afgesproken op een plekje waar ze me niet kunnen zien. Eindelijk komen ze eraan en het lijkt erop dat ze zich prima vermaken, maar bij elke glimlach van mijn vriendin kijkt een van de twee jaloers toe.

Op het eerste gezicht lijkt het dat de keurige van de twee, Rechie, het beste bij haar past. Onderweg naar huis denk ik verder na. En ook deze nacht kan ik de slaap niet vatten. Om zeven uur, vlak voordat de wekker afgaat, weet ik het ineens. Als ik mijn beslissing aan mijn vriendin vertel, met de hele uitleg erbij, is ze eerst kwaad omdat ik ze stiekem heb opgewacht. Maar even later is ze blij dat ik voor haar en voor mezelf eindelijk de geschikte partner heb gevonden. Die avond gaan we met z’n vieren naar een gezellig restaurantje. Jan en Ina (Rechie en mijn vriendin) hebben alleen oog voor elkaar. Dat geeft Ruud (Linkert) en mij de gelegenheid om elkaar eens gezellig beter te leren kennen. Het lijkt erop dat ook Ruud daar geen enkel bezwaar tegen heeft.

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Een verrassende ontknoping

Een verrassende ontknoping

Als er ergens in de wereld iets mysterieus gebeurt, schrijven de mensen die nog in zulke dingen geloven dit toe aan bovennatuurlijke krachten, De meer nuchtere mensen, wat de meeste Westerse mensen zijn, mag men wel stellen, zouden echter naar een andere verklaring zoeken, die dan vaak door logisch denkwerk wordt gevonden. Toch is er soms nog een verrassende ontknoping.

De man keek op van zijn bureau waaraan hij rustig zat te werken omdat hij bruusk werd gestoord door iemand die zijn kamer binnen kwam stormen als zat de duivel hem op zijn hielen. De man die opkeek was Oscar Sullivan, een gewoon burger met een, laten we zeggen, ongewoon beroep. Hij was privédetective.

Toen hij afgestudeerd was in Engels met het vaste voornemen leraar Engels te worden, had hij nooit kunnen denken dat zijn moeder, zijn eigen moeder, daar een stokje voor zou steken. Ze deed het wel. Hoe? Heel eenvoudig. Ze duwde hem een sleutel in de hand die toegang gaf tot het kantoortje waar door de ruwe manier waarop de deur was opengegooid nu stukjes glas uit het raam van de deur op de vloer lagen.

Heel rustig merkte hij op “ Wilt u alstublieft de deur dichtdoen? Het tocht”.

De man keer of hij net wakker was geworden, stamelde een excuus en draaide zich om om aan die wens te voldoen, maar toen hij de glasscherven zag draaide hij zich weer om en begon een stortvloed aan excuses uit te spuien.

Toen Oscar met een klap op de tafel een einde maakte aan deze stortvloed zakte de man in een stoel en legde zijn hoofd in zijn handen, terwijl hij met zijn ellebogen op zijn knieën steunde.

Oscar kreeg medelijden met de man, maar verlegen met de situatie ondernam hij niets. Toen de man tegen over hem opstond zag Oscar dat hij bijna een kop groter was dan hij, De man leek nu wat rustiger. Hij rommelde in zijn zak en haalde er en een kaartje uit dat jij aan Oscar gaf. Oscar las het hardop voor

P.E. Mosley
Directeur

Oscar keek de man verbaasd aan en zei “ Meer niet, meneer Mosley?” Een flauwe glimlach verbeterde de enigszins verbeten uitdrukking op het gezicht van meneer Mosley.
“Daar wil ik het nu niet over hebben, “ zei hij verontschuldigend. “Dat is een lang verhaal en ik heb weinig tijd.” Na deze woorden zweeg hij even alsof hij een begin zocht, ,maar blijkbaar had hij dat snel gevonden, want hij ging verder “ Ik heb een zaak voor u die u misschien onwerkelijk in de oren klinkt. Gisteren toen ik op kantoor kwam , was de deur niet afgesloten hoewel ik zeker weet dat ik hem de vorige avond had afgesloten. En of dat nog niet genoeg was, lag er een mes op mijn bureau. Ik kan er niet omheen dat het een heel mooi mes was, maar de afkomst is voor mij onbekend, Omdat er veel werk lag te wachten hield ik mij niet lang met dit voorval bezig en begon met mijn werk. Toen even later de telefoon ging nam ik deze nietsvermoedend op. Een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn vertelde mij dat er één verdieping onder mij een moord was gepleegd op een jong meisje, Karin Eshley.” Hier hield hij even op en keer Oscar betekenisvol aan. Karin Eshley was sinds drie weken de verloofde van Oscar, maar ze hadden door hun beider drukke werk weinig tijd voor elkaar. Oscar’s mond, normaal omschreven als een pruimenmondje, hing open als een hooischuur die wacht op een tractor die met een nieuwe lading hooi aan komt rijden. Toen Oscar zich enigszins hersteld had ging Mosley meedogenloos verder niet lettend op de detective die terug was gevallen in zijn stoel waaruit hij was opgeveerd.
“De vrouw aan de andere kant van de lijn vertelde mij verder nog dat er een politie-inspecteur naar boven zou komen om mij te ondervragen. Wat inderdaad ook gebeurde. Toen de inspecteur had plaatsgenomen herinnerde ik mij pas weer het mes dat ik hem dan ook ter onderzoek aanbood. Hij wist meteen dat dat het moorwapen was en wilde mij arresteren, maar door vol te houden dat ik hier niets van af wist liet hij me gaan. Toen ik hoorde dat u haar verloofde was dacht ik dat ik misschien wat hulp van u zou kunnen verwachten aangaande het oplossen van deze moord.”

Nu rommelde hij weer in zijn zak en haalde er dit keer een pijp en wat tabak uit en begon de pijp te stoppen en stak hem op.

Oscar probeerde weer helder te denken en na nog wat heen en weer gepraat over de aanwijzingen verliet de heer Mosley het kantoor, Oscar met een ontmoedigd gezicht achterlatend.

Na enige weken leek de zaak voorgoed afgedaan toen de politie het opgaf en zelfs Mosely niet inrekende. Maar Oscar wilde niet opgeven. Hij wilde weten wat er gebeurd was met zijn geliefde. Na veel speurwerk had hij een spoor gevonden, maar niet zeker wetend of het om een man of een vrouw ging kon hij nog niet spreken van een moordenaar of een moordenares en kwam hij niet veel verder.

Tot hij op een dag, ongeveer vier weken later, de dader kon grijpen. Hij hoefde alleen de politie in te lichten, zijn speelgoed-waterpistool te pakken en om de hoek te gaan staan in een donker steegje en te roepen “Handen omhoog!”

Terwijl hij in een koud, nat steegje stond te wachten leek het ineens allemaal niet meer zo makkelijk en hij gaf al bijna de moed op toen hij na een uur nog geen dader had gezien. Net toen hij wilde opgeven hoorde hij voetstappen. Hij sprong naar voren richtte zijn speelgoed-waterpistool en riep “Handen omhoog!” 

Op het moment dat hij zag dat zijn moeder voor hem stond zuchtte hij alleen “ Ik had het kunnen weten.”

EINDE

Natascha Gutterswijk
16 januari 1985

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Een ongenode gast

Een ongenode gast

Een ongenode gast zo wordt Dick ter Haar, schrijver van detectives genoemd onder uitgevers. Dick loopt al drie jaar heen en weer met zijn manuscripten, maar bij iedere uitgever krijgt hij te horen dat het hen spijt, maar zijn boeken zijn niet goed genoeg om uit te geven.

Hallo Dick, weet jij misschien hoe dat komt?

Dick: “ Hallo, je begint trouwens wel meteen met een hele moeilijke vraag. Natuurlijk kan ik dat niet precies weten. Maar ik denk dat het komt, omdat de uitgevers van de oude slag zijn vervangen door een jongere generatie. Natuurlijk weten die niet wat een goede detective is.”

Je gaat er dus wel vanuit dat je boeken goed zijn?

Dick:” Natuurlijk. Moet je je voorstellen: je loopt drie jaar met je manuscripten van uitgever naar uitgever te zeulen. De eerste paar weken denk je, ik ben gewoon niet goed genoeg. Dan ga je dus betere boeken schrijven. Die worden ook weer afgewezen en ga zo maar door. Maar op een gegeven moment weet je gewoon: het ligt niet aan mij, het ligt aan hen!”

Wanneer bereik je dat moment waarop je je borst opblaast en de uitgevers de schuld gaat geven?

“Dat is natuurlijk nooit precies te zeggen. Dat groeit langzaam. Ik denk ongeveer na de tweede keer, dan heb je er uiteraard genoeg van.”

Wat vind jij zo goed aan je boeken?

“De sfeer. Er hangt een gespannen sfeer in elk boek van het begin tot het einde. Van de moord tot de afscheidsscene tussen de detective en de schoonheid.”

Maar dat is toch allemaal oude koek? Ik kan me voorstellen dat een uitgever dat afwijst. Vertel eens wat is de inhoud van je laatste boek?

“ Het gaat om de moord op een zakenman. De detective staat voor een raadsel; de man schijnt geen vijanden gehad te hebben, hij was altijd edelmoedig en gul. Zijn beeldschone dochter weet de detective, na hem verleid te hebben, zo ver te krijgen de zaak op te geven. Twee dagen later sterft hij, vergiftigd. De dochter van de zakenman lacht hem nog uit als hij zijn laatste woorden uitspreekt: ‘Ik houd van je’. De moordenares neemt de zetel van haar vader in. De zucht naar macht straalt uit haar ogen.”

Dit boek verschilt wel met wat je net vertelde. Hoe komt dat?

“Ja, net wat ik zei, je gaat steeds wat anders proberen. Dit boek heb ik nog niet bij een uitgever aangeboden. Eigenlijk wil ik dat ook niet. Ik vind het zonde van het goede boek.”

Of je bent gewoon bang voor een nieuwe teleurstelling.

“ Dat is niet waar! Ik weet drommels goed hoe goed mijn boeken zijn.”

Ik geloof dat ik dit interview maar ga afsluiten. Ik vind het jammer dat je de uitgevers van Nederland niet weet te waarderen. Dick bedankt en misschien tot een volgende keer.

Maar Dick is al weggelopen.

Het is al twee maanden geleden dat ik dit interview heb afgenomen. Toevallig zag ik gisteren een boek van hem in de boekenwinkel liggen. Nieuwsgierig heb ik het gekocht en gelezen. Het was een science-fiction. In het voorwoord schreef Dick: “ … sorry voor de slechte kwaliteit van dit boek.”  Het was een goed geschreven met een verrassend origineel verhaal.

Natascha Gutterswijk
28 januari 1987

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments
Balthasar

Balthasar

Niemand gelooft dat hij bestaat. Waarom zou hij niet bestaan? En was hij het niet die zei dat ik mijn mond maar eens moest houden als er iemand kwaad werd op mij? Sindsdien zijn er niet vaak mensen meer kwaad op mij, toch?

Nou ja, voor mij bestaat hij en is hij er ook altijd. Hij is lief, mijn Balthasar. Misschien ken je die film met James Stewart en zijn onzichtbare konijn, In de hele film krijg je geen aanwijzing dat het konijn bestaat. Tot aan het einde van de film als je ‘iets’ onzichtbaar deuren ziet openen en dichtdoen. Het was een mooie film. Toch schijnt niemand Balthasar te aanvaarden.

Balthasar is geen konijn, wees niet bang. Hij is eigenlijk een klein jongetje. Hij is dan misschien wel klein, maar jong kan hij niet zijn, want hij is behoorlijk intelligent. Hij heeft ook negatieve eigenschappen. Hij is ijdel en arrogant. Nou ja, elke jongen is toch ijdel. Dus zo vreemd is dat niet. Knap is ie we met z’n donkere haar en bruine ogen.

Er is een reden dat ik dit schrijf. Balthasar heeft de geest gegeven. Hij is niet dood, maar weg uit mijn leven. Hij heeft me tien jaar lang geholpen met leven. Hij was er gewoon altijd. Ik voel me wel een beetje leger zonder hem. Weet je, hij bleef bij me omdat ik altijd anders en alleen was. Sinds kort heb ik een vriend, niet zo’n vriend, maar een goede vriend. Een jongen waarmee ik kan praten. Hij is niet arrogant, zoals Balthasar.

Misschien is Balthasar jaloers geworden, misschien is hij nu iemand anders gaan helpen. Hij is in ieder geval weg.

Ik moet nog veel aan de tijd met hem denken. We hebben veel gelachen samen. Daaraan kon iedereen toch zien dat hij echt was, dat hij echt bestond? Want als je maar alleen bent dan lach je niet zoveel. Hij heeft me veel geheimen verteld. Zo vertelde hij me ook dat ik alleen verder moest vechten om mezelf te ontwikkelen. Hij is daarna nog wel even bij me gebleven, maar niet lang. Dit is de eerste keer dat ik alleen ben, alleen zonder Balthasar. Ik heb gehuild, dat geef ik toe. Balthasar was me ontglipt. Gelukkig helpt het om een vriend te hebben.

Het is een paar maanden geleden dat ik dit allemaal schreef. De vriend is nog steeds een vriend, Hij heeft verkering met een ander meisje, maar dat geeft niet. Maar het allermooiste is dat Balthasar terug is. Niet helemaal hoor. We kunnen weer wat praten. Zo vaak zie ik hem niet, maar het is leuk dat hij er weer is, al kijk ik nu niet meer zo tegen hem op, mijn Balthasar.

 

Truusje

Ergens jaren 80

Posted by Gutterswijk Natascha in Verhalen, 0 comments